Hollandaise saus

     
  • 3 eetl. witte wijnazijn
  • 4 witte peperkorrels, licht gekneusd
  • 2 eetl. gesnipperde ui of sjalot
  • 1/2 laurierblad, verkruimeld
  • 2 peterseliestelen, grof gesneden
 
  • 3 grote of 4 kleinere eierdooiers
  • 200 g boter, zacht geroerd
  • zout
  • witte peper uit de molen
  • enkele druppels citroensap
 
     

Doe de azijn en 2 eetlepels water in een pannetje en breng deze aan de kook.
Doe er dan de peperkorrels, ui of sjalot, laurierblad en de peterseliestelen bij.
Roer alles goed door en temper de warmtebron.
Laat alles heel zachtjes inkoken tot er niet meer dan 2 eetlepels vocht zijn overgebleven.
Je dient daar wel wat tijd voor uit te trekken omdat hoe langer het duurt voordat het mengsel is ingekookt, des te smakelijker de saus zal zijn, aangezien de toegevoegde stoffen dan meer smaak aan het mengsel kunnen afstaan.
Zeef het vocht — door een (kaas-) doekje op een zeef te leggen, of het door een koffiefilterzakje te schenken — en laat het wat afkoelen.
Roer in een kom de eierdooiers los en breng de losgeroerde eierdooiers over in een pannetje.
Plaats dit pannetje daarna in een grotere pan die gevuld is met water dat tegen de kook aan wordt gehouden.
Roer met een kleine garde het gezeefde vocht er in gedeelten door.
Blijf zolang roeren — en vooral niet kloppen omdat de saus - daardoor te schuimig kan worden — tot je voelt dat de saus begint te binden.
Vanaf dat moment mag je met de garde gaan kloppen.
Klop er een voor een twee eetlepels boter door en neem daarna de kom uit het heetwaterbad.
Voeg er vervolgens al kloppend de rest van de boter beetje bij beetje aan toe.
Blijf zolang kloppen tot de saus een mooie egale kleur en een fraaie glans heeft gekregen.
Voeg een beetje zout en peper en enkele druppels citroensap naar smaak toe.
Doe daarna de saus over in een koude sauskom.

Terug